De energiewetgeving in Nederland heeft een flinke update gekregen. De oude Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet zijn gemoderniseerd en samengevoegd in één nieuwe wet: de Energiewet. Op papier lijkt er misschien weinig veranderd, maar voor ondernemers die tegen de grenzen van het elektriciteitsnet aanlopen, zijn de gevolgen groot. De nieuwe Energiewet speelt in op netcongestie, duurzame opwek, energieopslag en flexibel gebruik. Maarten Kole en Joost van den Bogaerd (Dirkzwager Legal & Tax) vertellen wat de nieuwe wet inhoudt en wat dit betekent voor ondernemers. “Het oude systeem werkte goed in een tijd waarin stroom vooral centraal werd opgewekt en de vraag voorspelbaar was”, legt Maarten uit. “Nu hebben we zonnepanelen, batterijen en een groeiende vraag die het net op veel plekken helemaal vol zet. De wet speelt daar nu beter op in.”
Een van de grootste veranderingen is de uitbreiding van cable pooling. Voorheen was het nauwelijks mogelijk om een netaansluiting met anderen te delen, nu kan dat veel flexibeler. Op bedrijventerreinen biedt dit directe kansen. Bedrijven die individueel geen extra capaciteit kunnen krijgen, kunnen samen vooruit. Joost: “Het mooie is dat je door samen te werken vaak meer uit de bestaande infrastructuur haalt. Eén plus één wordt dan drie. Maar het vraagt wel vertrouwen en goede afspraken tussen de ondernemers. Je geeft een deel van je autonomie uit handen, maar krijgt daar ruimte en flexibiliteit voor terug.” Cable pooling maakt het mogelijk om maximaal vier installaties aan één aansluiting te koppelen. Dat klinkt beperkt, maar juist op een bedrijventerrein kan dat een wereld van verschil maken. Wie slim combineert met energieopslag of flexibel gebruik van transportrechten, kan zelfs grote uitbreidingen realiseren zonder dat het net fysiek uitgebreid hoeft te worden.
Een tweede verschil met de oude wetgeving, is dat energieopslag officieel een plek heeft gekregen in de nieuwe Energiewet. Batterijen worden erkend als volwaardige installaties en kunnen ingezet worden als buffer bij netcongestie. Ook netbeheerders mogen ze gebruiken om het netwerk in balans te houden. Daarnaast biedt de wet nieuwe vormen van transportrechten. Waar vroeger vooral vaste rechten bestonden, kan nu ook flexibel worden afgenomen: alleen wanneer capaciteit beschikbaar is. Dat is goedkoper, maar het vraagt van de ondernemers dat ze hun processen kunnen verschuiven. Combinaties van vast en flexibel gebruik maken het mogelijk om optimaal gebruik te maken van het netwerk. “Voor ondernemers die bereid zijn om hun energiegebruik slim te organiseren, opent dit heel veel nieuwe mogelijkheden”, zegt Joost. “Zeker in combinatie met opslag of lokale energieopwekking, zoals zonnepanelen of wind. Het gaat erom dat je niet alles individueel probeert te regelen, maar samenwerkt met anderen en flexibel denkt.”
Energie delen is nu officieel mogelijk. Iedereen die zelf duurzame energie opwekt, kan die energie delen. Dat betekent dat een bedrijf energie kan afnemen van een buurman, maar ook dat een groep bedrijven binnen een energiegemeenschap lokaal opgewekte duurzame energie onderling kan uitwisselen en verdelen. Fysiek hoeft er vaak weinig te veranderen; het gaat vooral om de administratieve verrekening.
Een belangrijke ontwikkeling naast de invoering van de Energiewet is de introductie van de groepstransportovereenkomst. Hierbij houden bedrijven hun eigen aansluiting, maar bundelen ze de transportcapaciteit. In plaats van ieder een piekvermogen te reserveren dat maar zelden wordt gebruikt, wordt de capaciteit gezamenlijk ingezet.
Maarten: “Het werkt vooral, omdat bedrijven hun verbruik op andere momenten hebben. Bedrijf A gebruikt stroom overdag, bedrijf B ’s avonds. Zo benut je het netwerk veel efficiënter. Dat scheelt niet alleen ruimte, maar ook kosten.” Hoewel netbeheerders pas vanaf 2027 verplicht zijn om hieraan mee te werken, wordt er nu al volop geëxperimenteerd. Templates voor coöperaties en contracten liggen klaar, zodat bedrijven direct aan de slag kunnen zonder het wiel opnieuw uit te vinden.
Omdat transportcapaciteit een schaars goed is geworden, zijn er ook nieuwe regels ingevoerd die bepalen wie er als eerste aan de beurt is als er ruimte vrijkomt op het net. Sommige maatschappelijk belangrijke projecten — zoals ziekenhuizen of projecten die het net juist ontlasten — krijgen daarbij voorrang. Maar zoals Maarten aangeeft: “Vol is nog steeds vol.” Voorrang hebben helpt dus alleen als er ook daadwerkelijk ruimte op het net beschikbaar is.
De Energiewet biedt nieuwe instrumenten, maar lost niet alle problemen op. Het gaat om slimme keuzes en samenwerking.” Ondernemers die tegen netcongestie aanlopen, hebben nu nieuwe opties. Samenwerking wordt hierbij belangrijker dan ooit. Door cable pooling, groepstransport of flexibele rechten te combineren, ontstaat ruimte waar dat eerst niet mogelijk was. Maarten: “Voor bedrijven met acute problemen is dit een no-brainer. Maar ook wie voorlopig geen problemen heeft, kan er voordeel uit halen: kostenbesparing, toekomstige uitbreidingen en extra flexibiliteit in energiegebruik.”
De nieuwe Energiewet vraagt om een andere manier van denken. Van individueel alles regelen naar gezamenlijk, slim benutten van wat er beschikbaar is. Voor ondernemers betekent dit vooral kansen: wie durft te experimenteren, kan met minder middelen meer bereiken. “Het gaat erom dat je het netwerk niet ziet als een beperking, maar als een uitdaging die je samen kunt oplossen”, sluit Maarten af. “Dat maakt ondernemen op een bedrijventerrein ineens een stuk dynamischer én duurzamer.”